Water en voeding

Water;
Vooral als je voor het eerst gaat telen geef je gemakkelijk te veel water.
Voel eerst aan de grond of die droog is.
De kleur (lichter) kan ook een aanwijzing zijn dat er water gegeven moet worden.
Door een pot op te tillen kun je voelen of hij licht(droog) of zwaar(nat) is
Een teveel aan water kan worden voorkomen door te zorgen voor een goede afwatering (drainage) aan de onderzijde van bijvoorbeeld de zaaibak.
Vaak is het beter af en toe wat meer water te geven dan iedere dag een beetje.
De grondoppervlakte droogt dan wat op hetgeen minder kans op schimmels geeft.
Bij warm weer verdampt de grond en de plant meer water, er moet dan vaker gesproeid worden.

Vaker gesproeid worden;
– Zaaibedden.
– Aardewerk potten.
– Hangplanten.

Voor verschillende manieren van water geven zie kasinrichting.

Voeding (bemesting);
Een goede basisbemesting is altijd nodig als je in de kasgrond gaat telen.
Na de bouw van de kas een goede laag stalmest inwerken zorgt voor voldoende voedingsstoffen en een betere grondstructuur.
Kweekbakken vul je beter met een goede potgrond deze bevat voldoende meststoffen voor de start van de meeste teelten.

Planten nemen de voedingsstoffen op, een gedeelte van de voedingsstoffen spoelt uit naar diepere lagen in de grond waar de plant er niet bij kan.
Deze voedingsstoffen moeten aangevuld worden voor een goede groei.
Dit gebeurt meestal met kunstmest die bij de plant gestrooid of gegoten wordt.
Soms kan men de voedingsstoffen via bladbemesting rechtstreeks aan de plant geven.
Een keer per jaar moet je een basisbemesting uitvoeren, koemest of kompost in de grond brengen alsmede eventueel extra kunstmest.

Om de bemestingstoestand te bepalen kun je de grond (laten) onderzoeken.
Dit kan op de pH-waarde (zuurgraad)  een pH van 6 tot 7 is wenselijk bij te lage pH-waarde kalk toevoegen.

Ook kan de grond op de verschillende voedingsstoffen onderzocht worden vaak laat men de grond op stikstof (N) fosfaat (P) en kalium (K) onderzoeken.
Een eventueel gebrek aan bepaalde meststoffen kun je ook vaak aan de plant zelf zien.
Dan ben je eigenlijk te laat met bemesten, met bladbemesting kan het vaak snel hersteld worden.

– Lichte bladeren met  met zwarte stippen bij de  bladnerven kan duiden op mangaangebrek.
– Gekrulde bladranden en gelige bladeren met een groenere rand kan duiden op magnesiumgebrek.
– Slechte groei en lichte kleur blad is vaak stikstofgebrek.
– Verkleurde bladranden kunnen duiden op kaligebrek.

Als een plant van een voedingselement een tekort vertoont hoeft niet te betekenen dat deze te weinig in de bodem zit.
Bepaalde voedingsstoffen beïnvloeden de opname van andere voedingsstoffen.
Ook kan een slechte structuur (watergebrek/overschot) en een slecht wortelstelsel zorgen voor slechte opname van voedingsstoffen.